ga('send', 'pageview');

Beschrijving

Neogotische kerk opgetrokken uit bak- en hardsteen naar ontwerp van August Van Assche in 1880. De proosdij van de Sint-Jozefwijk is pas in 1866 onder Monseigneur Bracq officieel erkend. Na de inplanting van de nieuwe woonwijk achter het zogenaamde Rabot in 1878, wordt de bouw van een nieuwe parochiekerk overwogen. De kerk wordt opgericht als het ware op het zwaartepunt van de driehoekige wijk, op een eigendom van de familie de Hemptinne. Inwijding op 4 maart 1883. Herstellingswerken onder leiding van A. Bressers in 1956. Basilicale kerk met driebeukig schip van vijf traveeën, een transept van één travee, een vlak afgesloten koor van drie traveeën, geflankeerd door identieke zijkoren met aanbouwsels, waar onder sacristie. Middenbeuk, koor en zijkoren zijn afgedekt met zadeldak, de andere gedeelten met lessenaarsdak.

De westelijke puntgevel, geflankeerd door polygonale torentjes met ‘schietgaten’ onder leien spits, bevat een spitsboogportaal met archivolten. Trumeau bekroond met Sint-Jozefbeeld. Groot spitsboogvenster met neogotisch veellobbig maaswerk en archivolten. Midden- en zijbeuken worden verlicht door spitsboogvormige drielichten met profielbaksteen aan dagkanten. Spitsboogvormige zijportaaltjes in zijbeuken. De kruisingstoren is nooit volledig afgewerkt en heeft een nogal stompe kalotvormige bekroning met galmgaten, uitgewerkt als dakkapellen. In de oksel van rechtertranseptarm en zijkoor rond traptorentje met ‘schietgaten’.

Binnenin interessante decoratie onder invloed van de hoog-Victoriaanse neogotische stijl namelijk polychrome motieven uitgewerkt in veelkleurige baksteen en vloer (roodgeel-zwart) en beschilderde pui.

Mobilair. Een groot deel van het meubilair zoals hoogaltaar, koorbanken, preekstoel, vier biechtstoelen (eik), is van de vermaarde neogotische beeldhouwer Mathias Zens. Communiebank van 1903 door Wieme. Op de muren geschilderde kruisweg van Coppejans en Vonck.